
Notificatie-instellingen
De hoofdgebruiker kan de camera zo instellen dat er in de volgende
situaties een tekstbericht wordt verstuurd:
• De batterij is bijna leeg en de camera wordt uitgeschakeld.
• De temperatuur in de omgeving van de camera is te laag of te hoog
geworden voor een goede werking van de camera en de camera
wordt uitgeschakeld.
• De camera wordt ingeschakeld na een stroomstoring.

D e i n s t e l l i n g e n c o n f i g u r e r e n
48
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.
• De camera wordt ingeschakeld nadat de temperatuurgrenzen zijn
overschreden.
• Er is een stroomstoring en de back-upbatterij wordt gebruikt.
• Bewegingsdetectie wordt uitgeschakeld.
• Getimede beeldopname wordt uitgeschakeld.
• Bewegingsdetectie staat aan en de camera wordt met de aan-/
uitknop uitgeschakeld.
Als u deze meldingen wilt inschakelen, stuurt u het volgende
tekstbericht naar de camera:
29
1
Als u de meldingen wilt uitschakelen, stuurt u het volgende
tekstbericht naar de camera:
29
0
Als u wilt controleren of de meldingen zijn ingeschakeld, stuurt u het
volgende tekstbericht naar de camera:
29
?
Standaard zijn de meldingen ingeschakeld.
Als u Remote Camera Manager gebruikt, selecteert u Instellingen >
Algemeen om deze instelling te zoeken.
Wanneer u een instelling verandert, wordt door de camera een
bevestigingsbericht gestuurd. Als u de bevestigingsberichten wilt
uitschakelen, stuurt u het volgende tekstbericht naar de camera:
30
0
Als u de bevestigingsberichten wilt inschakelen, stuurt u het volgende
tekstbericht naar de camera:
30
1
Als u de huidige instelling voor bevestigingsberichten wilt bekijken,
stuurt u het volgende tekstbericht naar de camera:
30
?
Standaard zijn de bevestigingsberichten ingeschakeld.

D e i n s t e l l i n g e n c o n f i g u r e r e n
49
Copyright © 2005 Nokia. All rights reserved.